2.13 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening maakten we op volgens de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, nemen we de activa en passiva op tegen nominale waarden.
De baten en lasten rekenen we toe aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar nemen we mee wanneer zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
Dividendopbrengsten van deelnemingen nemen we op het moment waarop het dividend betaalbaar is gesteld als baten op.
Personeelslasten rekenen we in principe toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Formeel is het niet toegestaan voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Als gevolg hiervan rekenen we sommige personele lasten (bijvoorbeeld verlofaanspraken) toe aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.